Atlantische oversteek deel 1

Op zondagochtend staat het vertrek gepland voor de trip van Mindelo, Kaapverdië naar Suriname. Het zal de langste trip zijn die we zonder tussenstop maken. Het stuk Atlantische oceaan wat we als route hebben gekozen is 1909 zeemijl lang (3535 km) Met een gemiddelde snelheid van 5 knopen zal het 380 uren duren. Dat betekent 16 dagen en nachten op open zee.

De verhalen van jachten die ons afgelopen weken voor zijn gegaan, zijn niet al te rooskleurig. Ze vertellen niet alleen over hoge golven en veel wind maar ook over een gebroken mast van Bojangles, gebroken giek van Blue Nose en voortstuwing kapot van Schorpioen. Stabiel mooi weer verwachten we pas in April voor ons traject. We nemen genoegen met een voorspelling van 2,5 meter golven en maximaal 25 knopen wind. Op zich best redelijk weer.

We vertrekken samen met twee andere boten. De Pimentao en de Queen B. Omdat de Queen B stipt op de afgesproken tijd vertrekt vaart hij iets voor ons uit. Wij doen de laatste druppels water in de tank, zorgen dat de loosgaten van de kuip open zijn en maken daarna ook los.

De eerste paar mijlen zijn rustiger dan verwacht. Al snel belanden we in de acceleratiezone tussen de Kaapverdische eilanden en voeren we te veel zeil. Bij ons is het zeil gelukkig snel gereefd als de snoeiharde wind binnen komt zetten. Het rolgrootzeil van Pimentao hapert en slaat vast.
Na enig overleg besluiten we in de luwte van San Antao te schuilen en te wachten op Pimentao die grote problemen heeft om het grootzeil in volle wind en zee binnen te halen. Achter het eiland van San Antao lukt het Pimentao om het grootzeil opnieuw in de rol construktie te hijsen. Poging 2 om fatsoenlijk weg te varen van Kaapverdië kan beginnen.

De acceleratiezone loeit met wind van 38 knopen. De bijbehorende golven zijn niet mals. Na een paar uren varen horen we van Queen B dat het neerhouder beslag uit zijn mast is gescheurd. Dat is op zich wel ernstige schade maar er is goed mee te zeilen. Dat laatste is ook precies wat Bertus doet, goed doorzeilen zonder extra schade te veroorzaken.

Daarna komt een defect van de Pimentao’s. Hun reddingsvlot breekt los uit het kajuitdak. Het vlot komt gelukkig op een plek in het gangboord terecht waar het niet makkelijk overboord slaat. Rene van Pimentao sleept het gevaarte in zijn kuip en geeft het ding een plekje op de bank. Het lijkt wel een extra bemanningslid, grapt Angelique. Gezellig.

Kort daarop komt Pimentao erachter dat het vlot wel heel erg in de weg ligt als de volgende storing zich aan doet. De kajuitverlichting knippert en de stuurautomaat hapert. De accumonitor zegt dat alles OK en 100% geladen is, terwijl dat natuurlijk niet kan na een dag varen. Het probleem wordt erger en zelfs de marifoon vindt zenden op 1W al meer dan genoeg. Hoog vermogen transmissies zijn niet meer mogelijk. De stuurautomaat weigert vervolgens volledig dienst omdat de accuspanning onder een kritisch niveau zakt. Dat betekent echt stront aan de knikker, grote problemen. Uiteraard worden wij op de hoogte gesteld via de marifoon. Ik voel me machteloos en mijn handen jeuken want dit zijn juist de storingen waar ik goed in ben en waar mijn gereedschaps en onderdelen kisten op ingericht zijn.

Omdat de ellende zich laat op de avond van de tweede dag voordoet blijft het storingzoeken bij de meest voor de hand liggende dingen. Geen kortsluiting in de koelkast of andere grote gebruikers. Het moet een los contact zijn. De Pimentao’s besluiten om de boot op de hand door de donkere nacht te varen. Op open zee is dat een behoorlijke opgave omdat het vloeistofcompas het enige referentiepunt is waar je naar kunt kijken. Wij blijven natuurlijk in de buurt en ik smeed al een plan om desnoods over te stappen. We reven tot het kleinste lapje zeil dat we kunnen voeren en varen zo af en toe nog meer dan 8 knopen van de enorme golven af. We overwegen een sleepanker uit te zetten om de afstand met Pimentao klein te houden.

De volgende ochtend zijn Rene en Angelique afgemat. Ze hebben de hele nacht gestuurd door een ruwe zee met veel wind. Rene trekt alle spullen uit de bakskist waar de accu’s in gebouwd zijn. Gelukkig is het defect snel gevonden en goed te verhelpen. Met een saté prikker zorgt Rene ervoor dat de accukabel in de kabelschoen van de shunt van de batterijmonitor blijft zitten. De inhaalrace kan beginnen want wij zijn, onbedoeld, 11 mijl op Pimentao uitgelopen. Gelukkig zijn ze snel bij.

Op dit moment prijzen wij ons nog rijk omdat we nog geen kapotte zaken aan boord hebben. Lang zal dit behaaglijke gevoel niet duren want op een rondje over het voordek ontdek ik scheuren in het dek rond de putting van het linker hoofdwant.
Het eerste wat ik doe is Pimentao op de hoogte stellen. We varen voor de wind dus er staat niet veel spanning op het want. Met een verkeerde beweging van de boot kan de putting geheel los scheuren waardoor de mast onherroepelijk overboord gaat. Enige haast om de zaak te verstevigen is dus wel vereist. We lokaliseren snel waar de putting uitkomt binnen in de boot. Het is in de kledingkast aan de linkerkant. Als de kast leeg is, zaag ik de achterwant van de kast er uit. Achter de want zit uiteraard weer een dikke laag PUR schuim, wat ook verwijderd moet worden om bij de putting te komen. Met het verwijderen van het PUR schuim valt een blok aluminium naar beneden. Dat was dus de verbinding tussen de ondersteunende constructie en de putting. Een lasverbinding is geknapt.
Als de bliksem trek ik een roestvrij stalen putting uit mijn voorraad kist en bedenk ik dat die recht onder de gebroken putting moet komen, aan de huid van de sloep vast. De tijdelijke putting moet wel buiten de boot aangedraaid worden. Gewapend met sleutel 17, hangend over de railing, draai ik, meer onder dan boven water, de moeren aan van de putting die ik door de romp heb geboord. De eerste stap naar een noodoplossing is daarmee klaar. Tussen de tijdelijke putting en de gebroken putting monteer ik een reserve wantspanner. Vanaf de tijdelijke putting moet de kracht verder overgebracht worden naar beneden, naar de spanten. Ik boor gaten in twee spanten, draai er sluitingen in en krik er spanbanden tussen. De constructie moet het nog bijna twee weken volhouden.

[Een putting is een bevestiging-oog op het dek waar het want aan vast zit. Het oog bestaat uit een dikke strip aluminium. De strip is bovendek slechts gedeeltelijk zichtbaar. Onderdeks zit de strip vast aan een ondersteunende constructie.
Het (staand)want is een verzameling staalkabels die de mast overeind houden. Het hoofdwant bestaat uit de kabels die het topje van de mast vast houden. Het onderwant zorgt ervoor dat de lagere gedeelten van de mast ondersteund worden]

 

Klik HIER voor deel 2 van de Atlantische oversteek, waar alles een stuk beter, warmer en gezelliger is. Zeker ook door het blijvende trouwe gezelschap van Pimentao!

About

View all posts by

3 thoughts on “Atlantische oversteek deel 1

  1. Goeiedag, wát een krachten heeft de zee! Als je niet zo handig en vindingrijk bent als jij kun je beter thuis blijven. Interessant om te lezen +een verhelderende tekening. Dank, groeten Sieka

  2. Goed opgelost Mark, maar hoe ga je dit nu definitief oplossen. Er zal toch weer een stip aluminium tussen de pitting en het spant gelast moeten worden. o
    Ook de scheuren in het dek moeten weer gelast worden.
    Zal ik maar even op het vliegtuig stappen dan?
    Succes dus maar met de verdere reparatie en geniet van het verblijf daar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *