Sociaal Suriname

Aangezien het Surinamefilmpje door een laptopcrash nog even op zich laat wachten heb ik over mijn/onze Suriname ervaringen een XXL blog geschreven. Voor de lezers thuis en ook voor onszelf, om te herinneren als we oud en grijs worden.

Zeilers
Suriname staat voor mij in eerste instantie gelijk aan lekker en betaalbaar eten. Goh wat een verrassing. Bij het voorbereiden van ons bezoek aan Suriname, waren we dit al tegengekomen. We zijn niet de enige die van het lekkere eten en de mooie plekjes genieten op deze plek. We ontmoeten een aantal Nederlanders die ook met hun bootje hier naartoe zijn gezeild. We maken kennis met Rhapsody en Zanzibar, Eastern Stream (echte Grunningers), Livingstone en niet te vergeten de belgische Jacques. We zien de Bonnevooi die we in de Kaapverden ontmoeten terug en ook QueenB is soort van een heelhuids aangekomen in Suriname. We eten nasi van Opa, borrelen, BBQ'en, kletsen en delen onze ervaringen met elkaar. Het is bijzonder om in dit land je eigen taal (Nederlands) te kunnen spreken met Surinamers en andere Nederlandse bezoekers. Het maakt het leven een stukje makkelijker na het Spaans en Portugees.

Helaas merken we dat het niet goed gaat met Suriname. We luisteren in de huurauto naar de lokale radio en horen boze mensen hun gal spuwen over het wel en wee in het land. De mega inflatie maakt het voor velen moeilijk om te overleven. Zeker de winkels hebben het zwaar sinds de regering het verboden heeft om de prijzen te verhogen. We staan met elkaar, als zeilers aan de zijlijn en verbazen en verwonderen ons. Zo'n mooi land, zo veel mogelijkheden, zo veel mooie mensen die niet klagen maar genieten van de dag die hun gegeven is.

Laarwijk
Suriname is echt prachtig. Zoveel groen, bloemen, vogels, aapjes en zoveel fruitbomen. De papayas hangen overal net als de mango's, bananen en broodvruchten. De plantage die aan de andere kant van de Surinamerivier ligt is per korjaal te bereiken, geen auto's dus in Laarwijk. Gelukkig gaat het met onze bijboot ook.  Als we een dagje naar deze plantage "Laarwijk" gaan, komen we in gesprek met de eigenaar van één van de percelen. Hij spreekt ons aan omdat ik naar een broodvruchtenboom sta te turen. "Weet je hoe je de vrucht het beste kunt klaarmaken", vraagt hij aan mij. Hij komt uit de stad en is op weg om samen met zijn perceelbeheerder het perceel te bezoeken. De perceelbeheerder moet nog betaald worden voordat de eigenaar op vakantie gaat. Hij nodigt ons uit om mee te gaan naar het huis van de perceelbeheerder, de familie Deepak. We nemen de uitnodiging graag aan. We volgen de oude man die vol is met verhalen over zijn kinderen die een vliegticket voor hem betaald hebben om naar Nederland te komen. Als we bij de familie Deepak aankomen sprint mevrouw Deekpak direct weg op het oude brommertje. Later blijkt dat ze in noodtreinvaart naar het piepkleine winkeltje is gereden om een fles gekoelde cola te halen. Normaalgesproken hebben ze dat niet in huis. We zijn dankbaar voor het grote glas ijskoude cola dat ze voor ons inschenkt. We bedanken voor het tweede glas zodat ze er zelf nog een keer extra van kunnen genieten.

De familie Deepak en de perceeleigenaar verwonderen zich over onze oceaan oversteek. Zoiets gewaagds zouden zij nooit doen. Een roeiboot op de Suriname rivier vinden ze al spannend genoeg. Ze duiken bijna in mijn telefoon als ik de foto's laat zien van de grote oceaan. Wij zijn helden in hun ogen. We wuiven alle lofzang weg en vragen de familie hoe het is om hier op deze kleine plantage te wonen. Ze vertellen ons over de problemen met uigeputte grond omdat er niet van gewas gewisseld wordt. Er groeit minder dan voorheen, vroeger was het beter en makkelijker. We nemen weer een beetje wijzer afscheid. Met een handdruk, een knuffel en natuurlijk een foto.

 

Rishi's 
We hebben in Suriname de luxe van een huurauto van Rishi voor slechts €10,-. Heel veel moet je niet van de auto's verwachten. Het zijn oude koekblikjes die het over het algemeen best goed doen. Hij werkt hard voor zijn centen en wil het zijn klanten naar hun zin maken. Als we dus een keer pech hebben met een Rischi-auto dan is hij ook binnen een half uur ter plekke. Hij brengt ons thuis en regelt direct een andere auto voor ons. Rishi for president.  Rishi is één van de mensen waar we veel van geleerd hebben over de toestanden in Suriname. Over hoe hij tegen regiligie aankijkt. Hoe hij met mensen om wil gaan en wat hij verwacht van het leven. Hij leert ons ook een cacaovrucht eten. Hij breekt de harde vrucht voor ons open en geeft ons een glibberige pit. Wij steken net als hij het glibberige ding in onze mond. "Lekker zoet he", zegt hij. Eeehh, zoet? Bitter zul je bedoelen. Hij haalt een afgezogen pit uit zijn mond en zegt, "Hoezo, bitter?" Mark en ik hebben de pit gekauwd en doorgeslikt. Oeps. Bij de volgende poging waarbij wij ook sabbelen op het slijm rond de pit blijkt het inderdaad lekker zoet te smaken. Met een arm vol cacaovruchten, minibananen, groene sinaasappels en een recept voor chocolademelk stappen we in onze verse huurauto en rijden naar Bolle. Het zal vast niet lang duren voordat we weer een telefoontje krijgen of we de huurauto kunnen wisselen voor een andere. Zo werkt dat bij Rishi en voor ons is het geen probleem.

 

Commewijne- en Cotticarivier
Een ander hoogtepunt van ons verblijf is onze riviertocht. We nemen René van Pimentao voor één weekje aan boord. Hij vaart met ons de Commewijne en Cotticarivier, helemaal tot aan Moengo, af. De rivieren zijn omringd met dicht oerwoud. Het lijkt wel een expeditie. Er zijn geen overhangende takken die het oerwoudgevoel compleet zouden maken. Maar we komen er gelukkig ook niet vast te zitten met de mast in de ontbrekende takken. De dorpjes en dorpen langs de rivier hebben allemaal een grote zendmast voor internet en er staan auto's geparkeerd. Deze mensen zijn al lang niet meer afgesloten van de beschaving. Toch zijn de dorpbewoners niet gewend aan passerende jachten. De reacties van de verschillende dorpen verschillen je er langs vaart. Het ene dorp kijkt je na met een soort minachtende blik, bij het volgende dorp bedekken wasvrouwen snel de bovenkant van hun lichamen en zwaaien  bedachtzaam. Bij weer een ander dorp rennen de kinderen de steiger op en het water in. Ze lachen, zingen, schreeuwen en zwaaien naar ons. Het is een mooi gezicht. Het voelt voor mij niet goed om recht voor zo'n dorp te ankeren. Jezelf zo midden in die gemeenschap zetten heeft voor mij iets brutaals. Ookal zouden we natuurlijk om toestemming vragen bij het dorpshoofd. Overal is rekening mee gehouden qua snoep en cadeautjes voor de kinderen en de djogo's (literflessen Parbobier) voor de dorsphoofden. Toch ankeren we verderop. Nu een paar maanden later weet ik nog steeds niet wat de juiste keuze was.

 

 

Als we bijna bij Moengo zijn, passeren we een dorpje waar iedereen heel erg enthousiast reageert. Vrouwen met kinderen aan hun rokken, rennen de steiger op met hun smartphone om een foto van ons te maken. De kinderen joelen om snoep en speeltjes. Het is al laat, we vragen of we een stukje verderop mogen ankeren en vertellen dat we de volgende morgen naar het dorp komen.

Wanneer de avond valt liggen we rustig voor anker totdat een grote korjaal met zes mensen voorbij komt. Drie vrouwen en drie mannen. Ze keren huiswaarts van hun kostgrond. Ongeveer recht naast onze boot stopt hun buitenboordmotor ermee. De vrouwen kakelen honderduit en twee mannen proberen het apparaat weer aan de praat te krijgen. Dat gaat niet. Mark en René hebben uiteindelijk die flinke korjaal naar Moengo gesleept met ons kleine rubberbootje. Het ging niet snel maar ze kwamen er wel. René en Mark zijn nu ook vereeuwigd op 1 van de smartphones van deze moegonezen want er werden volop foto's gemaakt vanuit de korjaal.

De volgende ochtend gaan we, zoals beloofd, naar het dorpje. Spulletjes mee en met ons drietjes komen we daar aan. Het is doodstil. De levendigheid van gisteren is totaal verdwenen op een kat en twee kippen na. René klapt in zijn handen om te checken of er echt niemand is. Helaas niemand. De kinderen zijn waarschijnlijk al naar school en de familie is vast bezig op hun kostgrond of aan het werk in Moengo. We laten een tasje met wat spulletjes achter aan de deurklink van een vervallen hutje. Hopelijk vinden ze het en snappen ze dat we echt langs zijn geweest. Mark en René hebben de djogo's opgezopen.

 

Plantage Bakkie
Op de laatste nacht van de terugweg overnachten we bij "Alliance" voor anker. Met de stormlantaarn vóór op het dek hebben we bijna geen last van prikmuggen in de kuip. De volgende ochtend bezoeken we met de rubberboot voormalig koffieplantage plantage Bakkie (1744). De percelen op deze plantage zijn rond 1900 verdeeld onder de zogenoemde contractanten. Dit waren Javanen. En tot op de dag van vandaag wonen hier alleen maar Javaanse Surinamers. Als we de plantage oplopen worden we enthousiast onthaald door een groep mannen die al vroeg aan de pimpel zit. Ze zijn niewsgierig en vragen ons het hemd van het lijf. Op het bankje aan de overkant van het paadje zie ik iets bloederigs liggen met een groot mes er naast. Op tafel staat een pan met heerlijk ruikend eten er in. 1+1=2 lijkt mij. De kop van de capibara (lokaal schattig varkentje) ligt er nog. Ik maak een foto van het dier dat vanmorgen gevangen, geslacht en klaargemaakt is. Verlekkerd kijk ik naar de pan en de kok van het stel mannen biedt aan om een bordje vol te scheppen. Ik hou het bij een stukje vlees (of twee). Het is heerlijk, zacht en pittig. Ik had de hele pan zo leeg kunnen eten. Het blijkt dat de mannen dit elke vrijdagochtend doen. Alle mannen van de plantage houden dan dorpsoverleg. Ah die man met de fles rum en het notitieblok zal de notulist wel zijn ;-). Het is heerlijk om even op deze plantage rond te dwalen. Daarnaast probeer ik ook een beeld te vormen van hoe het vroeger geweest moet zijn. Slavernij, contractanten, burgeroorlog, opstanden, moorden. Het is zo moelijk voor te stellen hoe het leven er toen uit zag. Door dit soort plekken te bezoeken, met locals te praten en te lezen snap ik nu een klein beetje meer van toen. Misschien kan ik beter zeggen dat ik iets meer weet over het verleden. Snappen doe/wil ik het nog niet echt. Een paar dagen later dringt dit pas echt door. Mark en ik staan samen naar het monument van de decembermoorden te kijken in Fort Zeelandia. Op deze vloer ligt bloed.  Op de achtergrond horen we de demonstranten schreeuwen. "Leugenaar", "Moordenaar", "Ga naar huis!". Bouterse staat op zijn bordes en spreekt sussende woorden. Wij stappen in de auto en halen een stempel om het land te verlaten..

 

Ondanks dat we qua planning eigenlijk veel te lang in Suriname gebleven zijn (het hurricane seizoen staat voor de deur in de Caribbean) heb ik er geen spijt van. Het heeft ons veel geleerd over slavernij, plantages en culturen die lastig met elkaar samenwerken en/of mengen. Alles kan in Suriname en tegelijkertijd komt er (nog) niks van. Ik schrijf bewust 'nog' want ik weet dat er mensen keihard werken aan een beter, stabieler en vooruitstrevend Suriname. We gunnen ze het van harte.

Ons tweede BolleBericht over Suriname staat bijna klaar. Helaas kunnen we het door een kapotte laptop op dit moment niet afmaken.

Wil je nog meer lezen over hoe zeilende Nederlanders Suriname ervaren? Dan hebben we de volgende aanraders voor je:
QueenB - Bertus maakt altijd de meest spannende dingen mee, standaard en overal
Raphsody - Mijn Suriname blogpostfavoriet
Eastern Stream - ao Over hun Cotticarivier avonturen

En als toegift - al dat Surinaamse lekkers!!

Melinda

About

View all posts by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *